Niveau talenkennis

We zijn van mening dat je zelf goed in staat bent om het niveau per vreemde taal aan ons door te geven. Heb je met het ‘zelf beoordelen’ moeite en of extra ondersteuning en of feedback nodig laat het ons weten. We ontvangen graag jouw eigen input. Op deze manier kunnen we nog beter de link leggen tussen verwachtingen van de gasten vooraf en de daadwerkelijke uitvoering.

Heb je verder nog vragen en of waardevolle op- en of aanmerkingen? Laat het ons weten.
Meer informatie treft je aan via deze link.

 
Voor- en achternaam *
Voor- en achternaam
Nederlands
Vul hier het taalniveau in dat bij jou van toepassing is. Bekijk op deze pagina de uitleg van deze niveaus.
Engels
Vul hier het taalniveau in dat bij jou van toepassing is. Bekijk op deze pagina de uitleg van deze niveaus.
Frans
Vul hier het taalniveau in dat bij jou van toepassing is. Bekijk op deze pagina de uitleg van de niveaus.
Spaans
Vul hier het taalniveau in dat bij jou van toepassing is. Bekijk op deze pagina de uitleg van de niveaus.
Duits
Vul hier het taalniveau in dat bij jou van toepassing is. Bekijk op deze pagina de uitleg van de niveaus.
 

Voorbeeld 1:

Een familiegroep uit Schotland wil graag een gezellige informele rondleiding in de Engelse taal. Ze vinden een niveau A2 meer dan voldoende.

> Wij delen we een gids in met A2 niveau Engels of hoger.

 

Voorbeeld 2:

Een groep academici vanuit diverse EU landen zijn op congres in Maastricht. Ze wensen een rondleiding, die qua Engelse taalvaardigheid hoog is, minstens op B2 niveau.

> In dit geval delen we een gids in met een hoog niveau Engels, van B2 of nog hoger.

 

Taalniveau A1

Doorbraak – basiskennis van de taal, bekende dagelijkse uitdrukkingen en eenvoudige zinnen.
Voorbeeld: Ik kan netjes een bestelling doen in een restaurant in deze taal. En als de ober zich een beetje aanpast, kan ik een kort gesprekje met hem/haar voeren over wat ik vandaag gedaan heb.

Taalniveau A2

Tussenstap – bekend met veelgebruikte uitdrukkingen en kan gesprekken voeren over alledaagse zaken.
Voorbeeld: Ik kan een langer gesprek voeren in deze taal met degene die naast me in het vliegtuig zit, over wat ik ga doen de komende vakantie. Ik heb me namelijk ingelezen over dit onderwerp. Wellicht is het gesprek niet helemaal vloeiend en foutloos, maar ik ben goed te begrijpen.





Taalniveau B1

Drempel – kan eigen mening geven en kan ervaringen, gebeurtenissen, dromen en verwachtingen beschrijven.
Voorbeeld: Ik kan zónder voorbereiding iemand spontaan en uitgebreid vertellen over mijn bezoek aan de bioscoop afgelopen week. En als het gesprek switcht naar een ander alledaags onderwerp, switch ik makkelijk mee.

Taalniveau B2

Uitzicht – kan de hoofdlijnen van complexe teksten begrijpen, kan duidelijke, gedetailleerde tekst produceren en kan spontaan aan een native gesprek deelnemen.
Voorbeeld: Ik kan mezelf tussen een groep native sprekers qua taal prima staande houden in een discussie over een nieuwe politieke maatregel. Argumenten opnoemen gaat eenvoudig en snel. Ook gesprekken over andere minder dagelijkse onderwerpen gaan je goed af.

Taalniveau C1

Effectieve operationele vaardigheid – kan zichzelf vloeiend uitdrukken en kan de taal flexibel en efficiënt gebruiken voor sociale, academische en professionele doeleinden.
Voorbeeld: Ik kan vloeiend een professionele lezing geven in de betreffende taal. Ik zoek niet naar woorden en lastige, complexe onderwerpen zijn geen probleem. Ook een spontaan, complex debat voeren is geen probleem.



Taalniveau C2

Beheersing / moedertaal – kan zonder moeite alles begrijpen wat hij/zij hoort of leest en kan zichzelf spontaan, zeer vloeiend, precies en genuanceerd uitdrukken, ook in meer complexe situaties.
Voorbeeld: Ik spreek de taal op een native niveau. In een gesprek is het verschil met native sprekers is (m.u.v. een eventueel accent) niet te merken. Dit niveau is vrijwel alleen haalbaar en te onderhouden door bijvoorbeeld op academisch niveau zeer regelmatig met de taal te werken.